wie is online

We hebben 96 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Dat is Latijn voor mij!

Afdrukken E-mail
Dat is Latijn voor mij!
 
Iedere aquariaan die een tijdje met de hobby bezig is heeft er mee te maken. De
vertrouwde Nederlandse benamingen van vissen moeten plaats maken voor die soms
onuitspreekbare Latijnse benamingen. 
  Vooral wie iets minder bekende soorten in zijn aquarium wil houden moet naar de
wetenschappelijke naam overschakelen. Dikwijls is er een gangbare Nederlandse naam
voorhanden, maar die kan tot verwarring leiden met soms desastreuze gevolgen.
 
Ik herinner mij een mail van een dame die mij vroeg of de clownvis goed houdbaar is in
een beplant gezelschapsaquarium. Het was een mooie gestreepte vis schreef ze er nog
bij. Nu denk ik bij de clownvis, haar beschrijving van de vis en de bak waarin ze hem wil
houden automatisch aan de Botia macracantha, of clownbotia die zijn naam dankt aan
de rare manier waarop hij zich soms te ruste legt, op de zij of de rug, in een hoekje van
de bak.
Gelukkig wilde ik mijn betoog over de Botia toch wat stofferen met een foto en dus zocht
ik snel op het internet wat beeldmateriaal bij mekaar.
De eerste beelden die je te zien krijgt van een clownvis zijn natuurlijk foto’s van de
Amphiprion ocellaris, of Anemoonvis, eigenlijk nog beter bekend als Nemo. Maar ik heb
natuurlijk geen klein mannen meer rondlopen die naar tekenfilms kijken!
Stel je voor wat er zou gebeurd zijn als ik had geschreven dat de clownvis, de Botia
natuurlijk, het zeer goed doet in een gezelschapsaquarium. En dan plaatst die dame op
mijn aanraden een zeevis in een zoetwaterbak! Ik zie die Nemo al zo ontsnappen langs
het toilet.
In dit geval ligt het uiteraard voor de hand dat je die fout niet maakt: iedereen kent de
tekenfilm en bij een dergelijke vraag gaat natuurlijk direct een alarmlampje flikkeren.
 
Maar om in de sfeer te blijven van de modderkruipers: wie weet welke vis er bedoeld
wordt met modderkruiper? Is het de Misgurnus fossilis, de grote modderkruiper, ofwel de
Acanthophtalmus kuhlii of Indische modderkruiper? Of bedoelt de vraagsteller
misschien toch de slijkspringer, de Periophthalmus barbarus, want ja slijk en modder dat
is toch hetzelfde.
En als je dan slijkspringer intikt in Google dan is de eerste treffer die je krijgt een
Anableps anableps of vierogenvis. Geef vervolgens terug Anableps in en de eerste foto
die je te zien krijgt is er één van een Periophthalmus. Maar ja dat is normaal, want uit de
bijbehorende tekst kan je dan opmaken dat de schrijver er helemaal niks van weet.
 
En wat zou je er van zeggen als we nu eens allemaal ons best doen en toch Latijn
proberen te praten (en hier en daar een woordje Grieks). Met een beetje basiskennis
kom je al een heel eind.
 
Laten we beginnen met de telwoorden:
* één – uni
* twee – bis of bi
* drie – tri
* vier – tetra
* vijf – penta
* zes – hexa
 
Deze telwoorden geven aan dat een vis één of meer, al naar gelang het gebruikte cijfer,
kenmerken heeft.
De lijst met kenmerken is natuurlijk zeer lang, maar hier volgen er een paar:
* gelijnd – lineatus
* gepunt of gestipt – punctatus
* gestreept – fasciatus
* gevlekt – maculatus
* met ogen – ocellatus
 
De kleur van de vis kan natuurlijk ook gebruikt worden bij de naamgeving. Zo vinden we
volgende woorddelen soms terug:
* wit – albus
* rood – ruber of rubro
* roze – rosaceus
* zwart – niger
* blauw –coeruleus
 
Lichaamsdelen worden eveneens in de naam verwerkt. Zo kennen we:
* baard – barbus
* vinnen – pinnis
* schub – lepis
* staart – ura
* lip – cheilos
* mond – stoma
* tand – brycon
* voorhoofd – frons
 
Verder worden soms plaatsnamen en namen van rivieren gebruikt. 
 
De naam van de ontdekker van de vis of van de persoon die de eerstbeschrijving deed
wordt natuurlijk ook geregeld teruggevonden. Heb je al gehoord van Beckford, Riddle,
Jordan, …
 
Een aantal voorvoegsels die ook geregeld terugkomen zijn:
* half – hemi
* eenvoudig – haplo
* klein - micro
* groot – macro
* anders – hetero
* veel – multi
* klein – nanno
 
Wat zou jij dan maken van een:
Barbus nigrofasciatus
Astronotus ocellatus
Nannostomus bifasciatus
Nannostomus beckfordi
Hemichromis bimaculatus
Jordanella floridae
En ga zo maar door…
 
Uiteraard wordt hetzelfde systeem ook bij andere diersoorten gebruikt. Als voorbeeld
een paar termen die voorkomen bij de kameleon – chamaeleo.
* berg – montium
* panther – pardalis
* kort – brevis
* hoorn – cornis
* jukdrager – furcifer
* slank – gracilis
 
Wie iets van kameleons kent weet zeker hoe een Furcifer pardalis, een Calumma
brevicornis of een Chamaeleo gracilis er uit zien.
 
Zo zie je maar dat je met een beetje kennis van woordjes en voorvoegsels al een heel
eind geraakt. In elk geval zal iedereen die de wetenschappelijke benaming gebruikt met
dat dier naar huis komen dat hij oorspronkelijk ook bedoeld heeft.
 
En onze beide clowns, de Botia en de Anemoonvis zullen mekaar, gelukkig maar, niet
leren kennen.
 
Roger Veltens,
De Siervis Leuven