wie is online

We hebben 101 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Infusoriënkweek op grootvaders wijze

Afdrukken E-mail

Infusoriën!? Nooit van gehoord? Natuurlijk wel, maar toch, wat is het nu weer. 't Ligt op 't puntje van de tong, maar 't wil er niet uitkomen.

Infusoriën zijn gewoon in het water levende ééncellige microscopische diertjes, die als voedsel kunnen gebruikt worden tijdens de eerste levensdagen van de kleinste vislarven.

Dergelijke ééncelligen komen in de natuurlijke wateren voor, maar ze zijn voor onze doeleinden niet in voldoende concentratie te vinden. Gelukkig is het eenvoudiger ze zelf te kweken op het ogenblik dat je denkt er nodig te hebben.

Vooreerst dient verduidelijkt te worden dat alleen aan de zeer kleine vislarven van sommige soorten (labyrintvissen, …) infusoriën moeten toegediend worden. Het jongbroed van het merendeel van de eierleggers (en zeker van de eilevendbarenden) kan direct pas uitgekomen Artemia aan, wat de opfok heel wat vergemakkelijkt.

Hoe werd nu een klassieke infusoriënkweek opgezet?

Neem een bokaal van ± 2 liter inhoud en vul hem met oud aquariumwater. Hierin gooi je

een drietal stukken gedroogde banaanschil van ± 4cm op 1cm

een flinke snuif gedroogde waterplanten

een teerlingblokje rauwe aardappel

enkele korrels ongekookte rijst

een halve theelepel melk

De melk is hoofdzakelijk bedoeld om de minder aangename geur te bestrijden, die soms kan ontstaan. Banaanschil en overtollige waterplanten heb je uiteraard vooraf laten drogen op de radiator. De rest bewaar je best voor een volgend gebruik in een luchtdicht gesloten bokaal. Omdat het altijd kan gebeuren dat een geplande infusiekweek mislukt, zet je gelijktijdig een identieke infusiekweek op in een tweede bokaal. Zijn beide kweken gelukt, dan kun je afwisselend van de ene en de andere voederen.

Nog even vermelden dat je in de infusiebokaal een grote concentratie van afvalstoffen beslist moet vermijden, wil je niet na een paar dagen op een stinkende bokaal water stoten, waarin geen infusie te bespeuren valt.

Je plaatst de bokalen op een lichte, doch niet te warme plaats, dus zeker niet in de zon. Een temperatuur van 20° C is ideaal.

Na enkele dagen moet je controleren of er in de potten werkelijk infusoriën zitten. Alhoewel de infusie microscopisch klein is, kan je ze toch met het blote oog waarnemen. Plaats de bokaal even in het zonlicht en de infuus zal zich in een dichte, witte wolk concentreren in de lichtzijde.

Wil je de infusoriën als individutjes zien rondkringelen, leg dan, in de zon, op een zwarte ondergrond, een stuk glas en deponeer hierop een druppel van je infusie-kweek. Met een vergrootglas dat 7 x versterkt zal je de ééncellige dingetjes dynamisch zien evolueren. Bij gebrek aan zon gebruik je uiteraard een flinke zaklamp.

Ik geef me er rekenschap van dat dit allemaal oubollig kan overkomen en sterk zal doen denken aan "Jongens en Wetenschap". En feitelijk komt het daar op neer. Je kan je inderdaad niet voorstellen hoe gelukkig ik was, lang, lang geleden, als ik op die manier mijn eerste infusoriën in levende lijve als het ware, kon aanschouwen.

Heel wat liefhebbers beschikken thans over een microscoop, wat de observatie een stuk eenvoudiger maakt. Met dat instrument kun je heel duidelijk pantoffeldiertjes, trompet- en klokdiertjes, raderdiertjes (die geen ééncelligen zijn), enz. onderscheiden en bestuderen. Een onvermoede en boeiende wereld zal voor je oog openbloeien. Maar dat is dan weer een ander verhaal.

Vlug nog een woordje over het toedienen van de infusie aan je jongbroed.

Afhankelijk van de geschatte grootte van het nest jongen in de kweekbak (50 liter inhoud), dien je tweemaal per dag, een kwart tot een half Colaglas op temperatuur gebracht infusiewater toe. Je vult de bokaal terug bij met water uit de kweekbak.

Als de infusiekweek onverwacht mocht tegenslagen, kun je je altijd verder behelpen met poedermelk, fijngewreven hardgekookte eierdooier, infusie in tabletvorm of aangepaste diepvriesproducten. Heb je toevallig een vaas bloemen staan, dan heb je ook hier een mooi middel bij de hand. De kans is inderdaad heel groot, dat je in het bloemenwater een mooie reserve aan infusoriën zitten hebt.

Denk eraan om, tijdens het voederen met potinfusie, het water in de kweekbak dagelijks met één derde te verversen.

Jaak Koopmans,
De Siervis Leuven