wie is online

We hebben 11 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Rol van de bodemgrond

Afdrukken E-mail

De bodembedekking in een aquarium is, zoals we zullen zien, multifunctioneel en zal mee bepalen of het aquarium goed draait en de planten en vissen het goed zullen doen of niet.

In eerste instantie verhindert hij dat de wanden, die meestal lichter zijn dan water en die bovendien vol lucht zitten, bij het vullen van de bak gaan naar boven drijven. De verticale druk wordt opgevangen door de glasstrippen, die bovenaan in het aquarium zijn gelijmd. Horizontaal worden ze geblokkeerd door de inerte massa van de bodemlaag.

In tweede instantie kan hij een bodemfilter bevatten. De bodem dient dan als filtersubstraat. Denk eraan dat na enige tijd de bodem dichtslibt, de filter niet meer zal functioneren en je dan aan herinrichting toe bent.

Een derde rol die de bodemgrond kan vervullen is het verbergen van een verwarmingskabel. Deze wijze van bodemverwarming geeft niet alleen een keurig verdeelde warmte over heel de bodem, maar creëert door de geleverde warmte een kleine opstuwing van het bodemwater. Deze beweging zorgt op haar beurt voor een betere doorstroming van de bodem, die zodoende ook meer zuurstof krijgt en minder snel opeengeperst wordt. Vermits we als beplanting tropische planten gaan gebruiken, spreekt het haast voor zich dat we deze niet steevast op een te lage temperatuur kunnen houden. Temperaturen tussen 22 en 28°C zijn voor de meeste tropische aquariumplanten aangewezen.

De vierde taak van de bodem is het creëren van reliëf en er samen met stenen en/of kienhout voor te zorgen dat het aquarium het gewenste diepteëffect krijgt. De bodem wordt vooraan in een dun laagje van 1 à 2cm aangebracht, maar kan achteraan, afhankelijk van de hoogte van de bak, tot 10 à 12cm oplopen.

De vijfde en belangrijkste functie van de bodem zal er uit bestaan alle planten van de nodige voedselstoffen te voorzien. De samenstelling van de bodemgrond in een aquarium is dan ook van kapitaal belang. Een groot gedeelte van de oorspronkelijk in de bodem aanwezige en later afgebouwde bestanddelen, worden door het water opgenomen en stimuleren zo de groei van de waterplanten. De in de bodem opgeslagen reserves worden dan op hun beurt weer aangesproken door de moerasplanten.

Uit wat zal die bodemgrond bestaan? Dit zal bepaald worden door de soorten vissen die je wil gaan houden.

Heb je bijvoorbeeld je zinnen gezet op woelende cichliden, dan zal je uiteraard een bodembedekking gebruiken die proper is tot op de bodem. Je zal ook, om te verhinderen dat het substraat opdwarrelt en het water vertroebelt, je toevlucht moeten nemen tot grof materiaal zoals grind of kleine keitjes. Als je in zo een aquarium planten wil houden zal je noodgedwongen aangewezen zijn op stevige planten en zal je ze goed moeten verankeren tussen rots- en kienhoutpartijen. Om ze een overlevingskans te bieden kan je ze best in een bloempotje of een Jiffipotje (gemaakt uit turf ) inkwartieren. Als voedingsbodem neem je een beetje leem vermengd met humus of turf en je dekt het geheel af met een laagje gewassen zand. Je stopt dit bloempotje zo een 2 à 3cm onder het grind en je beschermt het tegen uitgraven door er een paar flinke stenen rond te leggen.

Wil je een speciaalaquarium maken voor vissen die zich ingraven zal je op de open plekken onscherp, fijn zand gebruiken, dat ook volledig gespoeld is en waarin de vissen gemakkelijk kunnen verdwijnen.

Wil je daarentegen een gezelschapsbak inrichten, waarin je een weelderige plantenwereld beoogt, dan dien je op een heel andere manier te werk te gaan.

Echte waterplanten gebruiken de bodem enkel om er zich in te verankeren. De voedselbestanddelen die ze nodig hebben halen ze, via hun bladeren, rechtstreeks uit het water. De meeste planten die wij in onze aquaria gebruiken zijn evenwel moerasplanten, die via een meestal stevig wortelgestel het nodige voedsel aan de bodem onttrekken. Zij hebben de bodem ook nodig om er nieuwe zijscheuten in te vormen.

Nu is het zo dat er in goed gespoeld rivierzand niet veel voedingsstoffen meer achterblijven, en dat moerasplanten hierin in het geheel niet of nauwelijks zullen gedijen. Om hen een goede groeikans te bieden moeten we zorgen voor een goede voedingsbodem. In de tropen bestaat deze bodem vaak uit lateriet. Deze rode aardsoort is rijk aan ijzer- en aluminiumoxyde, maar bevat voor de rest weinig voedzame stoffen. Afgestorven plantenresten, die vrij snel aan de oppervlakte mineraliseren, vormen op de bodem een dun laagje humus, dat tot voedsel voor de planten dient. In het aquarium zullen rottende plantendelen, voedselresten en uitscheidingen van de vissen zorgen voor bemesting, maar deze zal, bij een normale visbezetting, in een bak met veel planten meestal onvoldoende zijn.

Daarom zullen we in het aquarium een voedingsbodem nodig hebben, die enerzijds rijk moet zijn aan voedingsstoffen, maar die anderzijds geen organische bestanddelen mag bevatten, die nog in staat van ontbinding zijn en in de bodemgrond verder rotten. De bodemsubstantie moet luchtig zijn, om rond de wortels van de planten een goede doorvloeiïng mogelijk te maken en moet tevens verhinderen dat de bodemmassa te compact wordt samengedrukt. Deze luchtigheid zorgt er ook voor dat de planten zich gemakkelijk kunnen verankeren en rijkelijk wortels kunnen vormen, die er voor zorgen dat er genoeg voedsel aan de bodem wordt onttrokken.

Het is evident dat hoe kleiner de korrelgrootte van het gebruikte zand is, hoe compacter dit door de druk van het water wordt samengeperst. Voor de bodemgrond zullen we dus grof, liefst donkerkleurig, kalkvrij rivierzand gebruiken met een korrelgrootte van 1 à 2mm, of kalkvrij kwarts van 2 à 3 mm. Om uit te vissen of het zand of de kwarts geen kalk bevatten, doen we een handvol van de beoogde bodemsubstraten in een glazen bokaaltje een gieten er een scheutje zoutzuur over. Wanneer het substraat bruist, is er kalk in aanwezig en is het ongeschikt. Doe deze test liefst buiten en pas op dat het goedje niet in je ogen spat, want zoutzuur is een bijtend product. Doe deze test nooit boven een inox gootsteen, want één gemorst drupje van dit spul brandt er een vlek in die je er nooit meer uitkrijgt

Vooraleer we aan het aanleggen van de bodem beginnen, kneden we uit leem gemengd met vloeibare aquariummeststof balletjes ter grootte van een hazelnoot en laten deze in de zon of op een radiator van de centrale verwarming uitharden. Dan spoelen we het zand tot het spoelwater niet meer schuimt. We leggen hiervan een dun laagje op de bodem en brengen dan de decoratiematerialen zoals stenen en kienhout aan.

Waar we van plan zijn moerasplanten te zetten of waar er een solitair komt te staan zullen we een voedingsbodem aanbrengen. Hiervoor gebruiken we dit gespoelde zand waaronder we wat ingewaterde vezelturf mengen. Je kan ook een beetje calcium toevoegen onder de vorm van fijn koraalzand of beendermeel. Vervolgens stoppen we de lemen balletjes her en der in de bodemgrond. Waar er geen voedingsbodem nodig is, vullen we verder aan met het een paar keren gespoelde zand. Om te eindigen bedekken we de hele bodem met een laag grondig gespoeld grof, donkerkleurig kalkvrij rivierzand van 2 à 3cm. We zorgen ervoor dat de bodem van voor naar achter oploopt en vooraan ietsje lager is in het midden dan aan de zijkanten.Om te verhinderen dat er zich luchtbellen in de bodem vormen, drukken we het geheel goed aan. Zoals reeds eerder gezegd mag de bodembedekking, afhankelijk van de hoogte van de bak, achteraan gemakkelijk oplopen tot 10 à 12cm. Nu deppen we met een spons, die geen zeepresten bevat, het troebele water op, dat zich op het laagst gelegen punt verzameld heeft. Eens deze klus geklaard, kan je de bak half vullen met op temperatuur gebracht, al dan niet gedeeltelijk onthard en aangezuurd water en kan je met de aanplanting beginnen.

Denk eraan dat je de moerasplanten niet te diep in de bodem drukt. De wortelhals moet half boven de bodem uitsteken, maar de wortels moeten bedekt zijn. Te lange wortels kan je desgevallend inkorten. Bij planten met bladeren langs de stengels, verwijder je best de onderste blaadjes waarna je de stengel, liefst met een plantstok, in het zand drukt. Beschadigde plantenstelen worden met een scherp mesje weggesneden en niet tussen de nagels van duim en wijsvinger weggeknepen, zoals nog zo vaak gebeurt. Zo kwets je de plant opnieuw en zal het gekneusde deel gemakkelijk gaan rotten.

Als de belichting goed is zullen de planten op deze bodem weelderig groeien. De natuurlijke molmlaag, die zich na een tijdje op de bodem vormt, mag je tussen de dichte plantengroepen gerust laten liggen. Zij wordt door bacterieën afgebroken en produceert zo een natuurlijke, zij het dan zwakke bemesting voor de aquariumplanten. Als je geen supplementaire bemesting hebt toegediend is na een jaar of vijf de voedingswaarde uit de bodemgrond zo goed als verdwenen en de plantengroei zal stagneren of terugvallen. Heb je geen zin om het aquarium volledig opnieuw in te richten kan je bijbemesten. Hiertoe vermeng je leem of klei met een vloeibare meststof voor aquariumplanten. Je rolt uit de bekomen pasta balletjes waaronder je nog een beetje turf of humus kneedt. Als je turf of humus gebruikt, kijk er dan nauwlettend op toe dat hierin geen meststoffen of pesticiden verwerkt zijn. Je laat nu dit balletje, ter grootte van een dikke hazelnoot, in de zon of in de winter op de radiator van de centrale verwarming, verharden en drukt het dan, zo vlug en zo dicht mogelijk bij de wortels van de planten in de bodem. Vroeger gebruikte men ook vaak in lemen bolletjes gevatte gedroogde konijnenkeutels, maar waar haal je die de dag van vandaag nog vandaan? Je kan, in plaats van de truc met het konijn, een "gereed voor gebruik" mengeling kopen in de gespecialiseerde handelszaak.

Indien je vaststelt dat de plantengroei niet meer zo jeugdig groen is als tevoren en de bladeren gelig, ja zelfs doorzichtig worden, dan kan dit wijzen op een tekort aan ijzer. Ook dat kan je verhelpen door een kant en klare oplossing, die in de handel te koop is. Volg evenwel nauwgezet de aangewezen hoeveelheden.

Een gebrek aan koolzuur kan eveneens de groei van de planten verstoren. Dit fenomeen treedt vaak op in bakken met een dicht plantenbestand, een grote belichtingsintensiteit en een zwakke visbezetting. Je kan dit euvel verhelpen door 's morgens, per 100l aquariumwater, 100 of 200ml mineraalarm spuitwater toe te voegen of door in een afgedankte baxterfles koolzuurgas door gisting op te wekken, dat je dan via een luchtsteentje "gedoseerd" in het aquarium laat ontsnappen.

De meeste aquariumvissen hebben een hekel aan een heldere bodem. Mocht je om één of andere duistere reden wit zand gebruikt hebben, dat nog steeds in de betere handelszaken circuleert, dan kan je dit spookachtig decor ontkrachten door er een laagje donkere basaltschilfers of gebroken lavasteen overheen te strooien, die je eerst grondig hebt gespoeld. Bij deze donkere bodem zullen de vissen zich beter voelen en je danken door mooier te kleuren. Deze bodembedekking is dan wel weer een gruwel voor vissen met tere baarddraden.

Om de bodem te verluchten kan je ook een beroep doen op Melanoïdes tubercularia, slakjes met, naar mijn gevoel, een fabelachtige naam. Overdag graven deze kereltjes, die zich niet aan de planten vergrijpen, zich in de bodemgrond in en gaan op zoek naar iets eetbaars. Door hun gegraaf houden ze de bodemstructuur rul. Natuurlijk kweken deze minigraafmachientjes, als zij zich goed voelen, er lustig op los. In een mum van tijd zit je met een heel legertje geniesoldaten opgescheept. De niet creatieve aquariaan zal, in een opwelling van woede, deze beestjes te lijf gaan met chemicaliën. Hij weze bij deze gewaarschuwd, dat die oplossing van het probleem hem ook zijn totaal vissenbestand kan kosten. Omdat wij uitgekookte jongens zijn, hebben we ook hier een onfeilbaar trucje op verzonnen. Net voor het doven van de lampen laten we enkele brokjes vlees, die we aan een draadje hebben gebonden, tot op de bodem zakken. Het einde van de draad hou je natuurlijk uit het water. Na een uurtje halen we voorzichtig onze lijntjes op en samen met de brokjes vlees, die er ondertussen ongezond uitzien, komen tientallen slakjes mee naar boven, die we, meedogenloos als we zijn, onmiddellijk uitwijzen. Sommige aquariumzaken verkopen zowaar gesofisticeerde slakkenvallen, waar het lillend vlees vervangen wordt door een hygiënisch tabletje.

Mocht het zijn dat na al deze bemoeienissen je planten het nog niet doen, dan moet je dringend je belichting eens aan een kritisch onderzoek onderwerpen, maar dat is weer een ander verhaal.

Karel Fondu
De Siervis Leuven