wie is online

We hebben 146 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Schaften

Afdrukken E-mail

Meestal eten mensen als ze honger hebben. Ik ben dus blijkbaar een uitzondering, want ik eet gewoon uit pure goesting. Ik eet ook niet om het even wat. Ik maak een keuze uit een onuitputtelijk aanbod en kies er het meest voedzame, het best ogende of het best gepromote product uit.

Als uw aquariumvissen honger hebben, ligt hun lot in uw handen. Ook voor de vissen bestaat er een onuitputtelijk aanbod. We kiezen ook voor hen het meest voedzame, het best ogende of het best gepromote product.

Ik heb geen flauw idee hoeveel droogvoeders er in de handel zijn, maar het moeten er tientallen zijn. Als je de bijsluiters mag geloven is het allemaal wondervoer, dat de kwaliteit van het aquariumwater nooit belast, er garant voor staat dat je vissen kerngezond blijven en uitgroeien tot echte kanjers die, op de koop toe, nog prachtig gekleurd zijn ook.

In mijn kast staan er ook enkele van die potjes en heel af en toe voeder ik er ook wel van. Ik kan niet zeggen dat mijn vissen er echt dol op zijn. Als je het mij vraagt, eten ze veel liever diepgevroren witte of rode muggenlarven. Als ik zo een blokje voeder, klem ik het tussen mijn wijs- en middenvinger en laat het langzaam in het water ontdooien. Mijn vissen zijn dat zo gewoon en komen de losgeweekte wormpjes van tussen mijn vingers uitpulken. Ik vind dit niet alleen prettig, maar zo belet ik dat het blokje diepvries afdrijft en ergens tussen de planten belandt, waar het voor de vissen onbereikbaar wordt en langzaam gaat rotten.

Mijn voorkeur en die van miin vissen gaat ontegensprekelijk uit naar levend voer. Vroeger ging ik regelmatig watervlooitjes (Daphnia pulex) scheppen in de abdij van Park-Heverlee. Helaas zijn ze daar compleet verdwenen. Ik herinner mij levendig hoe gretig mijn vissen er op afstormden en er zich mee volpropten tot ze geen pap meer konden zeggen. Ik blijf er van overtuigd dat dit misschien wel het beste levend voer is, dat we aan onze visjes kunnen voorschotelen. Spijtig genoeg is het, in onze regio, schier niet meer te vinden.

Een ander levend voer, dat in bepaalde aquariumzaken het ganse jaar door wordt aangeboden en ook een grote voedingswaarde heeft, is tubifex. Dit zijn drie tot vijf centimeter lange buiswormpjes, die massaal kunnen voorkomen in de modderige bodem van grachten en beekjes. De wormpjes steken met het voorste gedeelte van hun lichaam in de modder, waarin ze een buisvormige holte hebben uitgefreesd. Met het achterste deel van hun lichaam, dat een paar centimeter uit de bodem steekt, maken ze onafgebroken slingerende bewegingen, die er voor zorgen dat ze steeds vers water over zich heen krijgen, dat niet alleen kleine voedseldeeltjes bevat, maar ook rijker is aan zuurstof, wat de waterkwaliteit rondom hen leefbaar houdt. Gewoonlijk zitten de wormpjes zo dicht op mekaar, dat de bodem als het ware rood gekleurd wordt.

Om hen in leven te houden, kan je ze best onderbrengen op een koele plek. Je deponeert ze in een lage schotel, die je onder een licht druppelende kraan zet. De wormpjes rijgen zich aaneen tot een knoedel. Eén of twee keer per dag moet je het water verversen. Je neemt de knoedel eruit en je spoelt de dode wormpjes, die zich op de bodem van de schotel verzameld hebben, weg. Om de voedingswaarde van de wormpjes op peil te houden, stop ik geregeld een voedseltablet in het centrum van de knoedel. Na enkele dagen is het tablet verdwenen. Zo kan je tubifex ettelijke weken bewaren. Voeder deze wormpjes via een zeefvormig plastic bekertje, dat past in een drijvende ring. Zo komen ze geleidelijk vrij en kunnen de visjes ze één voor één wegplukken. Voeder er niet meer van dan je vissen opkunnen Zorg ook voor enkele bodembewoners, die de op de bodem gevallen tubifex opruimen. De wormen, die niet gegeten worden, verdwijnen in het bodemsubstraat en sterven na enkele dagen.

Iets dat je zelf kan kweken zijn enchytreeën (Enchytraeus aldibus). Het zijn borstelwormen, die een lengte van 20 tot 30mm bereiken. Je kweekt ze in een houten kistje, een blikken trommel of een grote bloempot. Als substraat kan je een mengeling maken van twee delen aarde (die geen leem bevat) en één deel zand, waaraan je een beetje fijn uitgezeefde turf toevoegt. Ook aarde voor azalea’s en rododendrons, die kant en klaar in de handel aangeboden wordt, is een uitstekend substraat. In het midden van het bakje maak je met je kneukels een kuiltje, waarin je de aanzet tot de kweek deponeert. Als voedsel dien ik havervlokken toe, die gekookt zijn in melk. Ik laat de boel afkoelen en roer er dan een koffielepel kristalsuiker en enkele druppels van een vitaminepreparaat door. Je schept een paar koffielepels van het goedje over de wormpjes en je legt over het kuiltje een stukje glas of een plankje, dat je licht aandrukt. Na drie dagen verwijder je hetgeen van het voedsel overblijft en geef je verse pap. De ideale kweektemperatuur is 12°C. De aarde in het bakje hou ik met een plantenspuit vochtig, maar niet nat. Het bakje wordt afgedekt met een dekruit om te verhinderen dat er ongenode gasten op het papje afkomen en om de vochtigheid in stand te houden. Om de temperatuur in het bakje op peil te houden en om het er lekker donker in te maken, leg ik ook nog een piepschuimen plaat op het glas.

De vissen watertanden al, als ze nog maar aan enchytreeën denken. Toch voeder je ze best maar één keer per week, want voor vissen is dit geen natuurlijk voedsel is en ze komen er toch zo van bij.

Oppervlaktevissen zijn van nature verzot op bladluizen en vleugelloze fruitvliegen. De eerste vind je, met een beetje geluk, in je tuin. De andere kan je zelf kweken. Hoe je dat doet werd reeds, in een eerder verschenen nummer van ons maandblad, toegelicht.

Om het voedselaanbod nog meer te variëren, kan je ook producten gebruiken die je zelf eet. Vaak wordt er aan grotere vissen gemalen runder- of kippenhart aangeboden, dat diepgevroren werd. Recente studies hebben uitgewezen dat de vetten, die in vlees van een warmbloedig dier zitten, voor onze koudbloedige vissen onverteerbaar zijn. Stephen Dreyer gaat in zijn artikel, dat verschenen is in het septembernummer van Datz, nog verder. Runderhart, dat ontdaan is van alle vliezen, spieren en zenuwstrengen kan, zelfs na toevoeging van mineralen en vitaminepreparaten, volgens hem niet fungeren als hoofdvoedsel. Vlees bevat veel collageen (lijmgevende stof), dat voor onze vissen onverteerbaar blijkt te zijn. In het beste geval, wordt het voedsel volledig onverteerd uitgescheiden. In het slechtste geval kan, volgens de auteur, het voederen met vlees leiden tot bloedstuwing en darmverstopping en kan het, op langere termijn, aanleiding geven tot een massale opeenhoping van darmflagellaten, wat meestal de dood tot gevolg heeft.

Een beter alternatief is het gebruik van forelfilets. Hierin zit, in vergelijking met runderhart, slechts één derde vet. Visvet is trouwens eerder olieachtig en is reeds op kamertemperatuur vloeibaar.

Als je nog eens ongepelde garnalen koopt, kijk dan eens of er tussen de poten geen eitjes zitten. Voeder ze gerust. De vissen zijn er verzot op. Ook mosselvlees vinden de meeste soorten lekker. Voeder altijd spaarzaam. Anders ga je de kwaliteit van je water onnodig belasten.

Iets waar we, als aquariaan, minder aandacht aan schenken, is de groenten- en fruitafdeling.

Wellicht weet je al dat algeneters graag sla eten, die je vooraf enkele minuten geblancheerd hebt in heet water. Pantsermeervallen schrapen ook graag aan een schijfje komkommer of een stukje rauwe aardappel. Terwijl ze daar mee bezig zijn, laten ze tenminste je achterwand heel.

Als je nog eens langsgaat bij een meeneemchinees, gooi dan de rijst, die je altijd over hebt, niet weg. Gekookte rijst valt namelijk in de smaak van zowel herbivoren als omnivoren. Ik heb in Bangkok met mijn eigen ogen gezien hoe jongetjes van een jaar of tien, zaten te vissen aan de oever van een kanaal, dat dwars door de stad loopt. Het aas aan hun haak was een korreltje gekookte rijst. Blijkbaar was dat de goede keuze, want ze vingen er de ene glasbaars (Pseudambassis lala) na de andere mee.

Laat a.u.b ook een lychee over. Ontdoe hem van zijn houterige bast en voeder hem aan vissen die gezegend zijn met een raspmuil (Ancistrus, Plecostomus, Loricaria e.d.). Terwijl je toch in de keuken bent, kan je voor die kwasten gelijk ook een schijfje tomaat, een stukje pruim, kers of papaya meenemen, waarvan je het gladde oppervlak eerst een beetje inkerft.

Ook erwten en bonen uit blik hebben veel succes. De gelatineuze saus moet je natuurlijk wegspoelen. Om ze hapklaar te maken, volstaat het ze voor grote alleseters middendoor te breken. Voor kleinere vissen kan je ze best prakken.

Je kan het menu zelfs eens afwisselen met een kleine portie fijngewreven parmesankaas of een andere fijn geraspte, harde kaassoort. Onder die vorm blijft de kaas vrij lang op het wateroppervlak drijven en moeten de vissen hem niet in zeven haasten naar binnen wurgen.

Voor de meeste roofvissen is het wit van een gekookt ei eens wat anders dan altijd die saaie regenwormen of die door rachitis kromgetrokken guppen.

De verkruimelde harde dooier kan je, met mondjesmaat, aan je allerkleinsten kwijt. Heb je die niet, profiteer dan van een onbewaakt ogenblik en stop hem, in zijn geheel, in je mond. Je laat hem als het ware smelten op je tong en slikt hem dan traag en wellustig door. Als je leverproblemen hebt, geef je hem ongemerkt aan die rothond van de buurman, waarmee je toch al jaren in onmin leeft. Als de c.v.(Canis vulgaris), die door zijn nachtelijk gehuil al jarenlang je nachtrust vergalt, maar een zweem van spijsverteringsproblemen heeft, kan je er van op aan dat hij, met krampen in zijn lijf, op zijn kussen zal liggen kreunen omdat hij het aanzwellend winderig gevoel in zijn darmen nog maar net onder controle heeft en hij geen wind durft laten omdat hij anders door zijn baasje wordt afgeblaft.

In verband met jongbroed is het nog fijn om weten, dat het poeder van fijngewreven brandnetels, die je langzaam in de schaduw hebt gedroogd, een stof schijnt te bevatten die hun weerstand verhoogt.

Kom mij, na het lezen van dit artikel, niet meer vertellen dat je niet weet wat je aan je visjes moet voederen.

Mocht jij van jouw kant, in één of ander streekgerecht op een ingrediënt stoten dat ik niet heb vermeld en waarmee jij succes hebt geoogst bij je vissen, laat het mij dan als de bliksem weten.

Karel Fondu,
De Siervis Leuven