wie is online

We hebben 138 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Vangst en acclimatisering van tropische vissen

Afdrukken E-mail

heel lang geleden. Rommelend in onze rijke clubbibliotheek botste ik op een afgeleefd boekje, met op het voorblad een tekening van een Pteroïs volitans. Het boekje behandelt alle problemen die indertijd kwamen kijken bij de vangst van tropische vissen: de aanpassing van de vangst, de commerciële aspecten, de technische procédés en het stockeren van de vissen en werd uitgegeven in 1938.

Al bladerend en zelfs zonder een woord gelezen te hebben, word je door de tientallen eenvoudige, haast naïeve tekeningen, kloek zwart gelijnd, op slag honderd jaren terug in de tijd gevoerd. Je wordt meegelokt naar het dichte ongerepte oerwoud, waar kristallen beekjes een schat aan onbekende vissen herbergen. De begeleidende teksten bevrijden je verdrongen fantasieën en laten je opnieuw ongeremd dromen van de wondermooie vis, die je ooit eens zou vinden en die naar jou zou genoemd worden.

De tekening met de dwarsdoorsnede van een prauw is typerend voor de sfeer die van het boek uitgaat. De prauw diende om de visvangst van de dag levend in onder te brengen, een soort leefnet als het ware. Dwars over het bootje werden twee balken horizontaal bevestigd en voorzien van de nodige vlotters; drie verticale balken vastgemaakt aan iedere horizontale, dienden als steunpunten voor een gevlochten bladerdak. Langszij iedere kant van het bootje waren een twintigtal oude vertinde benzineblikken bevestigd, die met hun open bovenkant op gelijke hoogte lagen met de rand van de romp. Met een handboor werden verschillende gaten in de prauw gemaakt en op de bodem kwamen er zand, enkele stenen en waterplanten. Hier werden de grote vissen in ondergebracht, terwijl de kleine een plaatsje kregen in de vertinde blikken. Ook in de blikken werden natuurlijk gaten geboord, zodat daar eveneens een vlotte waterverversing werd bekomen. Ten slotte kwam er boven de romp een net om het uitspringen van de grote vissen te beletten.

Dit boek zal je voorzeker geen nuttige tips geven voor het houden en verzorgen van je aquarium. Het bevat wel ettelijke passages die nu eens grappig zijn, dan weer eens een zekere verlegenheid opwekken. Maar alle voeren ze ons mijmerend terug naar een tijd die ooit eens was.

Om je een concreet idee te geven hoeveel "zweet, bloed en tranen" het zeventig jaar geleden kostte om de aquariumliefhebber exotische vissen te bezorgen, vind je hierna een vrije vertaling van de inleiding van het boek.

De grote ontwikkeling van de aquariumliefhebberij in Europa en Amerika heeft een hele reeks ondernemingen in het leven geroepen die rechtstreeks verbonden zijn met het aquarium. Denk alleen al maar aan het kweken van exotische vissen. Om met die vissen te kweken, heb je om te beginnen, minstens één koppel nodig, dat natuurlijk uit het land van herkomst moet ingevoerd worden. Vanzelfsprekend zijn er ook nog heel wat vissen, die tot nu toe, niet in gevangenschap konden nagekweekt worden, of waarvan het nakweken duurder uitvalt dan de invoer ervan. Bovendien is de liefhebber steeds op zoek naar nieuwigheden. Dit levert geen probleem op door de oneindige verscheidenheid aan vissoorten en andere dieren, die in het aquarium of terrarium kunnen overleven. Zolang er aquariumliefhebbers zijn, zal de invoer van exotische dieren dus bestaan en zich verder ontwikkelen.

Tijdens een tamelijk lange periode in de geschiedenis van de aquaristiek, die zich over bijna een eeuw uitstrekt, werden er hoofdzakelijk koppels ingevoerd die dan in Europa nagekweekt werden door liefhebbers of door firma’s. Vooral in Duitsland bestonden verschillende dergelijke firma’s, die bij de verspreiding van exotische soorten doorheen heel Europa, een aanzienlijke rol hebben gespeeld. Tijdens die heroïsche periode ging het zoeken naar, de vangst en het transport van de vissen, met heel wat moeilijkheden gepaard. Deze activiteiten werden of professioneel uitgevoerd, of heel toevallig door personen tijdens een verre reis. Het vervoer was niet gemakkelijk en bovendien was het eindresultaat erg wisselvallig. Het mag dus niet verwonderen dat de ingevoerde dieren, vooral de zeldzame en de nieuwe soorten, tegen heel hoge prijzen werden verkocht.

De tijden zijn echter veranderd: het transport over zee gebeurt vlugger en de gebruikte apparatuur is meer aangepast. Het kweken van exotische vissen, met alle natuurlijke moeilijkheden en met de arbeidskrachten dat het vereist, is thans echter zo duur geworden, dat alleen soorten met een hoog rendement en een vlotte verkoop in aanmerking komen. Als je bovendien denkt aan de populariteit die de koraalvissen en andere tropische zeevissen thans genieten en die trouwens tot nu toe nog niet konden worden nagekweekt, zul je gemakkelijk begrijpen dat de rechtstreekse invoer van siervissen, de laatste jaren, industriële vormen heeft aangenomen.

De invoerders, meestal personeelsleden van de koopvaardijvloot, hebben zich fatsoenlijk geëquipeerd en de prijs van de ingevoerde vissen is betaalbaar geworden. Maar de vangst, de voorbereiding op het transport van de dieren en het transport zelf, vergen nog steeds heel wat voorzorgen en een zekere kennis om tot een goed resultaat te komen.De persoon die exotische vissen wil invoeren heeft de keuze tussen twee mogelijkheden: de eerste en de moeilijkste houdt in dat de dieren opgezocht, gevangen, geacclimatiseerd en vervolgens getransporteerd moeten worden. De tweede en de eenvoudigste mogelijkheid bestaat er in zich de dieren aan te schaffen bij de handelaars gevestigd in de grote aanleghavens, en ze vervolgens naar huis mee te nemen.

Niettegenstaande alle voorzorgen heeft een partij vissen, die pas gevangen werd, met aanzienlijke verliezen te kampen De redenen hiervoor zijn velerlei: de trauma’s verbonden aan vangst, ruimtegebrek, zuurstofarm water, temperatuurschommelingen en wijzigingen in de voeding. Het is dus haast normaal dat die verliezen, over een periode van twee weken soms oplopen tot 60 en 70%. Wat overleeft heeft zich aangepast aan de gevangenschap en is klaar voor het transport. Behalve voor zeedieren, moet het vermeden worden de aanpassing uit te voeren aan boord van het schip. Het is veruit verkieselijk dieren in te schepen, die de aanpassingsperiode al achter de rug hebben. Het acclimatiseren vertraagt natuurlijk de uitvoer, maar zonder dat kan de vissterfte aan boord totaal zijn.

Jacques Koopmans,

De Siervis Leuven

Dit artikel mag alleen overgenomen worden na goedkeuring door de auteur.