wie is online

We hebben 7 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Wa riek ik hie?

Afdrukken E-mail

Laatst vroeg ik mij af of vissen elkaar kunnen rieken. Wij kunnen dat en dat is ferm gemakkelijk. Want als er voor u een fijn mokke loopt, dat goed riekt, kun je daar achteraan sjezen, om ook hare voorkant eens te zien. Als er een mokke voor u loopt, dat een beetje muf riekt, is het nogal wiedes dat je daar niet achteraan snelt. Als je dat toch doet, moet je dringend op consult bij een specialist neus, keel en oren want dan heb je waarschijnlijk sinusitis.

Bij vissen ligt dat "rieken" enigszins anders. Vissen laten, bij het voorbij zwemmen, karakteristieke wervelingen in het water achter. Minuten nadat ze voorbij zijn, valt hieruit nog af te lezen wie er voorbij gezwommen is.

In de universiteit van Bonn hebben wetenschappers de zwemsporen van kogelvissen, zonnebaarzen en kleinere Cichliden met elkaar vergeleken. Zonnebaarzen lieten dermate uitgesproken "voetsporen" achter, dat een roofvis ze, met zijn zijlijnorgaan dat gevoelig is voor stromingswisselingen, nog vijf volle minuten later zou kunnen waarnemen.

De wetenschappers hadden hun proefkonijnen met zorg uitgezocht. Cichliden zwemmen met golvende, slangachtige bewegingen en zetten hierbij vaak supplementair hun borstvinnen in. Kogelvissen daarentegen maken vooral gebruik van hun rug- en aarsvin.

Karakteristiek voor de zonnebaars zijn de plotselinge versnellingen door krachtige slagen van de staartvin. De wetenschappers hoopten dat deze verschillen ook in de wervelingen terug te vinden zouden zijn, die deze vissen bij het zwemmen veroorzaken.

De resultaten lieten duidelijke verschillen optekenen tussen de stromingssporen die door de drie verschillende soorten veroorzaakt werden.

In het aquariumwater werden er synthetische zwevende deeltjes opgelost, die met laserlicht werden bestookt. De vissen werden er op getraind, om in één ruk naar een bepaalde plek in het aquarium te zwemmen. Als ze dit braafjes deden, kregen ze als beloning een snoepje toegestopt. Met hogesnelheidscamera’s werd de beweging van de zwevende partikels, die kleiner waren dan één tiende van een millimeter, opgenomen. Uit deze opnamen konden, met speciale software, uiteindelijk de stromingsverhoudingen in het aquarium berekend worden.

In het tot rust gekomen water was het hydrodynamische spoor van de Zonnebaars nog na vijf minuten duidelijk te herkennen; dat van de cichlide nog na drie minuten. Een Kogelvis bracht het water duidelijk minder in beweging. Zijn spoor verbleekte al na.dertig seconden. De veroorzaakte stromingssporen waren zo karakteristiek, dat ze feilloos bij iedere vissoort konden geplaatst worden.

Of rovers de teweeggebrachte wervelingen in het water aan hun potentiële slachtoffers kunnen linken, weten de wetenschappers nog niet. Ze denken evenwel dat het mogelijk is. Een Zonnebaars kan op één minuut gemakkelijk een afstand van 25 meter afleggen. Op die afstand is hij door een roofvis niet meer te horen. Daarvoor zijn de door hem voortgebrachte zwemgeluiden te zwak. Het stromingsspoor is na één minuut nog zo krachtig, dat een rover het probleemloos kan voelen.

Met een vis in kunststof, willen de wetenschappers nu systematisch onderzoeken hoe de grootte van de vinnen en de lengte van de vis bepalend zijn voor de veroorzaakte wervelingen in het water. Zij gaan er van uit dat vissen met hun zijlijnorgaan veel meer details kunnen waarnemen, dan tot nog toe wordt aangenomen.

Dank zij het artikel van de Inlichtingsdienst Wetenschap van de Rheinische Friedrich-Wilhelms-Universität Bonn in Datz 3/2005 is dat raadsel ook weer ontrafeld zie!

Karel Fondu, 
De Siervis Leuven