wie is online

We hebben 115 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Van kop tot staart Brachydanio rerio (Hamilton Buchanan)

Afdrukken E-mail

Retro
De Brachydanio rerio was in 1964 nog een populair visje dat je regelmatig zag rondzwemmen in het gezelschapsaquarium. Enfin, dat is wat ik me laten vertellen heb, want in die tijd had ik er nog absoluut geen idee van hoe een warmwater aquarium er uitzag.

Wat mij opvalt is dat je toendertijd ook al uit je doppen moest kijken als je visjes kocht. Tenminste, dat moet ik besluiten als ik de eerste beschrijving in het artikel hieronder lees.

De rerio is een visje dat je gemakkelijk aan de kweek kan krijgen en dat voor heel wat nakomelingen kan zorgen. Als je een kweekje wil opzetten moet je er voor zorgen een ouderpaar te hebben dat beantwoordt aan de tweede beschrijving hieronder. Wees ook steeds zeer selectief bij de opkweek van de jongen. Alleen op die wijze kan men vervormingen, die op de duur een eigen leven gaan leiden vermijden.

Bovenstaande regels gelden natuurlijk niet alleen voor de rerio, maar zijn voor elke kweek van toepassing.

Roger

- Zebravisje -

Sinds de Brachydanio rerio in 1905 uit Indië werd ingevoerd, heeft hij steeds een nooit tanende populariteit genoten. De redenen hiervoor dienen niet ver gezocht: de rerio is een levendige slanke zwemmer met een opmerkelijke strepentekening, vastgelegd in fel kontrasterende kleuren, uiterst vreedzaam, alles etend, robuust en gemakkelijk tot voortplanting te brengen.

Te gemakkelijk zelfs, want de overgrote meerderheid van de rerio’s die thans in onze aquaria rondzwemmen, zijn in hoge mate gedegenereerd. Kontroleer even de kleuren van de rerio’s die in uw bak rondzwemmen met de hierna aangegeven beschrijving.

De grootte bedraagt + 4 cm. Van aan het kieuwdeksel tot aan het einde van de staartvin, lopen 4 witte lengtestrepen over de blauwachtige grondkleur van het lichaam. Buiten de staartvin vertoont alleen de aarsvin enige kleur: blauwachtig met drie witte dwarsstrepen. De mannetjes hebben een schrale lichaamsbouw, de kop en de staart vertonen een lichte neiging naar de bodem toe te reiken. De vrouwtjes daarentegen munten uit door wat U noemen kan, een heel dikke witte buik en onduidelijk afgebakende strepen.

Als dit klopt met uw zebra’s, kweek er dan niet mee, ze behoren tot het zuiverste gedegenereerde ras.

Een ras-rerio beantwoordt aan volgende kenmerken: de maximum grootte ligt rond de 6 cm; de glanzend diepblauwe flanken vertonen 4 geelachtige tot geelbruine goudoplichtende strepen die vertrekken van aan het kieuwdeksel en doorlopen tot in het einde van de staartvin. Het kieuwdeksel zelf is metaalachtig blauw, bedekt met gouden puntjes en streepjes. De borst- en buikvinnen zijn kleurloos. De aarsvin echter is blauw met 3 geelachtige dwarsstrepen. De rugvin tenslotte bezit een olijfgele basis die naar boven toe in blauw overgaat en eindigt in een witte zoom. Als U nog de kop aandachtig bekijkt, bemerkt U aan de bovenkaak twee paar baarddraden.

De geslachten van de Danio rerio’s zijn relatief gemakkelijk uit elkaar te houden: de vrouwtjes vertonen een rondere lichaamsbouw met witte buik, de mannetjes zijn slank.

Heb ik daar nu even Danio rerio geschreven wat natuurlijk de verkeerde benaming is waaronder dit visje jarenlang bekend is geweest. De rerio is namelijk geen Danio, maar wel een Brachydanio wat betekent: korte danio (kleinere rug- en aarsvinnen).

De rerio verdraagt gemakkelijk temperaturen tot 15°C. Natuurlijk boet hij bij dergelijke temperaturen in aan kleur en beweeglijkheid. De beste temperatuur schommelt dan ook tussen de 20-22°C. Hij verlangt een ruim, goed beplant aquarium waarin fijnbladige planten niet mogen ontbreken. Een flinke open zwemruimte en een donkere bodem zijn eveneens gewenst. Een voedselprobleem bestaat er praktisch niet, daar de rerio zowel met levend als droogvoer genoegen neemt. Wel dient er rekening gehouden met een waterprobleempje: de rerio is inderdaad tamelijk gevoelig aan bruuske waterveranderingen.

De grootste moeilijkheid waarmee U bij de kweek van de rerio’s te kampen zal hebben, slaat op de graagte waarmee ze hun eitjes, amper uitgestoten, terug binnenwerken. Vele krijgen zelfs de kans niet om de helft van de weg ‘bodemwaarts’ af te leggen.

Reeds een eerste oplossing bestaat er in de waterstand op 10 cm te houden. Vervolgens dient de bodem bedekt met een laag knikkers of keitjes met een diameter van + 0,5 cm. Een dichte, fijnbladige beplanting steekt U uiteraard ook een behulpzaam handje toe.

Een efficiënt en duurzaam afweermiddeltje kan U met een beetje geduld en een paar meter plastieken doorluchtingsbuis zelf aan elkaar knutselen.

Twee stukken plastieken buis, een 0,5 cm korter dan de breedte van het kweekaquarium dienen als dwarsliggers, waarop U, weer 0,5 cm korter dan de lengte van de bak, lengtestukken bevestigt, zodat de vissen niet doch de eieren wel, tussen de verschillende lengtestukken door kunnen. Deze laatste stukken kunnen gemakkelijk met nylondraad op de dwarsliggers vastgeknoopt worden. Vanzelfsprekend kan dit roostertje ettelijke keren gebruikt worden, terwijl de ontsmetting ervan geen problemen meebrengt.

Een en ander duister punt wordt U wellicht duidelijk aan de hand van de schets.

Het kweekaquarium vult U gewoon met leidingwater, dat U twee dagen laat staan vooraleer er het kweekkoppel in over te brengen. De temperatuur wordt langzaam opgedreven tot 26-27°C. Normaal dienen de vissen na 2-3 dagen afgezet te hebben. Is dit niet het geval, schep dan het koppel terug uit, ververs het water, wacht terug een tweetal dagen en plaats het vrouwtje er terug in, maar met een ander mannetje. Sommige kwekers beweren de beste resultaten te bekomen door drie mannetjes bij een vrouwtje te plaatsen.

De eieren (200 tot 300) worden vrij uitgestoten en komen bij 25°C uit na + 36 uren. Na drie dagen zwemmen de jongen vrij rond en kan U infusie toedienen. Pas na een achttal dagen schakelt u over op artemia- en micro-aaltjes.

Na twee maanden is het vrouwtje terug kuitrijp en kan U een nieuwe kweek opzetten. Doorgaans zal deze tweede kweekpoging gunstiger verlopen dan de eerste.

Tenslotte dient U er aan te denken dat het reriovrouwtje praktisch steeds het offensief opent en de fysieke meerdere schijnt van het immer vluchtende mannetje. Besluit dan ook niet te vlug dat de heer ongeschikt is ( because karnemelk in de adertjes). Wacht tot binnen een paar uren en hij zal je (haar) waarschijnlijk niet ontgoochelen.

J. Koopmans