wie is online

We hebben 103 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Van kop tot staart Tanichthys albonubes (Chinese danio)

Afdrukken E-mail

Uit de oude doos
N.v.d.r.: Dit jaar viert onze vereniging haar 65-ste verjaardag. Dit zullen we onder andere vieren door elke maand een artikeltje te publiceren van vroeger. Om het een beetje echter te laten lijken hebben we het lettertype en de opmaak van vroeger behouden. Alleen de zwarte bolletjes in de o’s , de e’s en de a’s - een gevolg van een te harde doorslag op de stencil - ontbreken. Ook de tekst werd hier en daar (minimaal) wat aangepast, om tegemoet te komen aan de huidige spraakkundige normen.

Onderstaand artikel werd gepubliceerd in januari 1964.

De Tanichthys albonubes werd ontdekt in 1932 door de Chinese padvinder Tan in snelvlietende stroompjes van de Witte Wolkenberg bij Kanton. De wetenschappelijke naam is hiervan de weergave: Tan (naam van de padvinder), ichthys (betekent: vis), albo (wit), nubes (wolk), of vlotter gezegd: de witte-wolkenvis van Tan.

Alhoewel ook ik, uit gewoonte, de benaming "Chinese danio" gebruik, dien ik er op te wijzen dat deze naam in de grond fout is. De Tanichthys albonubes is immers geen lid van de Daniofamilie. Denkelijk heeft zijn vorm, die inderdaad fel gelijkt op die van de Brachydanio-achtigen, een doorslaggevende rol gespeeld bij de (foutieve) Nederlandse naamgeving.

Het visje, dat een lengte van ongeveer 5cm bereikt, bezit een slanke lichaamsbouw. De rug is donkerbruin. Een lengteband die zich uitstrekt van de snuit tot aan de staartwortel bestaat uit drie kleuren: de bovenste goudachtig, de middenste groen en de onderste blauwachtig. Onder deze strepen bevindt zich nog een bruine zone, over gans het lichaam, die op de buik tamelijk bruusk overgaat in parelachtig wit-grijs. Bij opvallend licht glanzen de ogen groen op. De rug- en aarsvin zijn rood met geel aan de basis. De middenste stralen van de staartvin zijn rood, de overige kleurloos. Een blauwzwart punt op de staartwortel voltooit het geheel. Wat de kleuren betreft, dienen we dus beslist te erkennen dat het een uiterst aantrekkelijk visje is.

En niet alleen de rijke kleurenschakering pleit in het voordeel van de Tanichthys albonubes. Ook de verzorging en de kweek veroorloven, hem onder de interessantste vissoorten te rangschikken.

Daarstraks hebben we gezien waar de Chinese danio gevonden wordt. Daaruit kunnen we logischerwijze heel wat gegevens afleiden. Het visje wordt gevonden in snelvlietende bergstromen bij Kanton. De temperaturen in dergelijke bergstromen varieert aanzienlijk naargelang de seizoenen. Zo worden er, wanneer de sneeuw op de bergen smelt, temperaturen van 3°C genoteerd, die geleidelijk stijgen tot 30°C. De Tanichthys verdraagt derhalve gemakkelijk temperaturen schommelend tussen 3° en 30°.

Dit alles is volstrekt geen theorie: mijn Chinese danio’s zitten in onverwarmde aquaria waar ze tijdens de winter zonder hinder temperaturen doorstaan tussen 4° en 15°.

Natuurlijk zijn de visjes bij een temperatuur van bv. 5°C loom en flauwtjes op kleur. Ook dient U dan slechts eens om de 3-4 dagen een beetje voedsel toe te dienen (stofwisseling geremd ingevolge de lage temperatuur). Terloops kan aangestipt worden dat de Chinese danio zowel droog als levend voedsel lust.

U zal wel begrijpen dat een temperatuurverhoging van 10°C reeds een hele stimulans betekent voor de eiafzetting. De Tanichthys zet dan ook eitjes af bij temperatuur begrepen tussen 15° en 30°C.

Zo gauw de temperatuur oploopt tot 16-17°C, zijn de Chinese danios niet meer te herkennen. Zonder overdrijven kan ik U zeggen dat U ze nog nooit zo mooi zag, als U gewoon is ze op een konstante temperatuur van 22°C te houden. Gans het lichaam wordt dan overdekt met een blauwachtige glans. De mannetjes baltsen door het aquarium en voeren spiegelgevechten uit onder elkaar. De vrouwtjes neuzen niet té overschillig door het aquarium en weldra worden de eitjes afgezet, bij voorkeur tussen fijnbladige planten zoals bv. Myriophyllum.

De geslachten zijn gemakkelijk te herkennen. De vrouwtjes vertonen een gevulde buikpartij, terwijl hun buik zelf heel wat witter is dan die van de mannetjes. De kleuren van deze laatsten zijn trouwens heel wat intenser.

Indien U de Tanichthys albonubes op de hoger aangehaalde manier laat overwinteren verdient het aanbeveling, als de temperatuur + 17°C bereikt, een gedeelte van het water te vervangen door vers leidingwater (bv. 1/3).

Vanzelfsprekend dient U bij een temperatuur van 17°C heel wat langer te wachten tot de eitjes uitkomen dan bij 23°C. Ook zullen de nestjes kleiner zijn. Maar beslist, als U uw Chinese danio’s op dergelijke manier houdt, zal U ze niet kwijt meer willen: ze groeien sterker uit, vanaf 15°C zijn ze heel wat mooier van kleur dan U ze ooit zal zien en... ze leven aanzienlijk langer.

Als U er in de lente speciaal een kweekbakje wil voor aanzetten, denk dan nogmaals aan de snelvlietende bergstroompjes. Gebruik met zuurstof verzadigd vers water (leidingwater van 2 dagen oud bv.) en hang een flinke uitstromer in de bak. Gebruik fijnbladige planten en drijf de temperatuur waarop ze normaal zitten, met een paar graden omhoog.

De eieren ontluiken na + 24 uren. Bij lage temperaturen (18°C), zal dit natuurlijk iets langer duren. De jongen hangen verschillende dagen aan ruiten en planten. Zo gauw de jongen vrij zwemmen, moet men infusie toedienen. Zes dagen na het vrij zwemmen (weer die temperatuur welke een rol speelt) kan U gewoonlijk overschakelen op Artemia salina (pas uitgekomen Artemia natuur1ijk).

Algemeen wordt verklaard dat de Chinese danio zich niet vergrijpt aan zijn eieren of zijn jongen. In grote aquaria is dit wel in grote lijnen juist, doch vertrouw er U niet te veel op. Ze zeggen waarempel geen "foei" als ze er eentje van te snappen krijgen. Het veiligste is de ouders uit te scheppen zodra U de eerste jongen aan de ruiten ziet, en ze eventueel in een andere kweekbak over te brengen.

Te noteren valt nog dat noch de pH, noch het kalkgehalte een beduidende rol spelen bij de eiafzetting.

Koopmans J.