wie is online

We hebben 49 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Over het nakweken van zalmen (deel 1)

Afdrukken E-mail
Over het nakweken van zalmen (deel 1)
 
Zalmen hebben mij altijd al geboeid en ik heb ze ook dikwijls gehouden omdat ik weg was van hun sprankelende kleuren of van hun gracieuze lichaamsvormen. Daarom vond ik het artikel van Hans-G. Evers in de Datznummers van mei en juni 1998 dan ook boeiend.
 
Hans-G. Evers vertelt: "Als ik met ervaren aquarianen, die zich nog niet echt op zalmen hebben toegelegd, een boompje opzet over de kweek van die visjes, stoot ik steeds op dezelfde vooroordelen. Vele zalmen zouden moeilijk te kweken zijn, steeds komt er veel gehannes met water bij kijken, het jongbroed is moeilijk te voederen en uiteindelijk wil niemand de nakweek hebben en is er niets aan verdiend."
 
De bemerking over het geld laat ik liever in het midden, maar over de andere punten valt er heel wat op te merken. Waarom weet bijvoorbeeld bijna iedere aquariaan zoveel te vertellen over de verschillende kweekpatronen bij cichliden, maar weet hij niet wat het verschil in kweekgedrag is tussen de neons en de fantoomzalmen die in zijn gezelschapsaquarium rondzwemmen?
Bij vele Characiden, want hier handelt dit artikel uitsluitend over, kan men het geslachtsonderscheid gemakkelijk herkennen. De mannetjes hebben meestal een mooier ontwikkeld vinnenstelsel en mooiere kleuren; de vrouwtjes vertonen bij een goed uitgebalanceerde voeding een mooi, rond buikje dat de aanzet van heel wat kuit laat veronderstellen. Vele soorten leggen spontaan af in het gezelschapsaquarium, waar de partners elkaar vrijelijk vinden. Willekeurig uitgekozen paren, die in een kaal afzetbakje worden overgebracht, zullen raar en zelden smoor op elkaar worden. Daarom is het goed meerdere exemplaren van een soort aan te kopen, ze samen te houden en ze te bestuderen. Vroeger heb ik mij altijd afgevraagd hoe auteurs van kweekberichten het klaarspeelden om in een ingericht aquarium van 200 liter uit een zwerm van 10 tot 20 vissen net dat paartje uit te vangen dat zou zorgen voor een prachtig kweekresultaat.
Als ik met mijn schepnetje afkom duiken al mijn vissen tussen de planten en laten zich in de eerstvolgende uren niet meer zien.
Vele mislukkingen zijn te wijten aan de moeilijkheid om een goed kweekstel samen te stellen. Een schoolvoorbeeld hiervan zijn de  rode, de gele en de zwarte Fantoomzalmen (Hyphessobrycon sweglesi, H. roseus en H. megalopterus) of erger nog de Bloedvlektetra (Hyphessobrycon erythrostigma). Bij een willekeurige samenstelling van kweekstellen van die soorten kan het meerdere weken duren eer ze eindelijk afzetten. Ook ik ben dikwijls genoodzaakt om bij nieuwe soorten op een dergelijke manier te werk te gaan omdat ik over te weinig exemplaren beschik. De kweek lukt dan ook  meestal maar in de helft van de gevallen. Heb ik toch uiteindelijk een paartje afgezonderd, hou ik het mannetje en het wijfje gescheiden maar wel in gezelschap van exemplaren van een andere soort.
Een ander probleem  is de kuitaanzet bij het vrouwtje. Zo zijn bijvoorbeeld de wijfjes van de neon (Hyphessobrycon innesi) niet altijd van de steeds kleiner blijvende mannetjes te onderscheiden. Ze zijn ook veel eerder geslachtsrijp dan hun broertjes en  maken, zeker als ze goed gevoederd  worden met cyclops, zeer snel kuit aan. De mannetjes daarentegen doen er veel langer over om geslachtsrijp te worden. Professionele kwekers zetten dan ook jonge vrouwtjes samen met oudere mannetjes. De gewone aqariaan kan dit moeilijk gaan doen omdat hij slechts over een klein aantal visjes beschikt.
Is het water niet te warm (22 °C is de magische grens) en niet te  hard (onder de 10 dGH) en ligt de pH in een licht zure waarde (rond 6,5) dan kan er voor de kweek met de neon geen enkel obstakel meer bestaan. Het duurt wel enkele weken eer de mannetjes geslachtsrijp zijn en ondertussen zijn reeds vele eitjes in de buikholte van de vrouwtjes overrijp. Bij de eerste afzetsels zullen er dan ook zeker een groot aantal gaan schimmelen.
Als de kweker in spe toch de keuze heeft moet hij een vrouwtje kiezen dat niet te dik is.
Paren die de eerste moeilijkheden overwonnen hebben, raken steeds beter op elkaar ingesteld. De kweker dient enkel de intervals tussen de paringen in het oog te houden, die naargelang  de soort  kunnen variëren van 8 tot 14 dagen. Dan zit hij weldra opgezadeld met duizenden nakomelingen.
 
Welk water moeten we voor de kweek gebruiken? 
 
De meeste zalmpjes die wij houden stammen uit het Amazonegebied en daar is het water nu eenmaal zeer zacht en plaatselijk ook zeer zuur. De visjes die wij in de aquariumzaak kopen worden vaak reeds sedert generaties gehouden en gekweekt in middelhard water van 14 dGH en met pH waarden die rond het neutraalpunt liggen.
Voor wildvang geldt dit natuurlijk niet. Vooral de gegeerde bijvangsten van de rode neon (Paracheidon axelrodi) of van de roodkopzalm (Hemigrammus bleheri) stammen uit zwartwater met een zeer lage pH waarde. De visjes leven in voedselarme watertjes en zetten spoedig na hun aanpassing en bij een goede voedering kuit aan. Het kweken met deze vissen is aartsmoeilijk omdat zowel de rijping van eitjes en sperma, alsook het uitkomen van de jongen van de juiste watersamenstelling afhangt. Bij de kweek van dergelijke vissen gebruik ik zuiver osmosewater met een geleidbaarheid van om en bij 40µS (liever nog minder als het kan). Veel met water knoeien hoef ik niet te doen omdat ik dit water niet meng. De vissen verdragen het bij langzame gewenning uitstekend.
Het aanzuren van dergelijk water is wel  een probleem. Het toevoegen van elzentopjes verschaft aan het water de nodige looistoffen maar de pH zakt niet onder de 6. Een ander goed middel is turf. Ik gebruik het liefst van al turftegels waarvan ik kleine stukken kan afbreken. Men moet weliswaar een beetje experimenteren maar ergens vindt men wel een turfje dat de pH waarde op 5 brengt en die ook zo stabiliseert voor een week of langer. Dit is voldoende omdat goed op elkaar ingespeelde kweekkoppels meestal na ten laatste 3 of 4 dagen afzetten, de jongen meestal na 20 tot 36 uren uitkomen en zij pas na 2 tot 3 dagen hun eerste voedsel tot zich nemen.
De turf is tegelijk afzetsubstraat en toevluchtsoord waarin de achtervolgde vrouwtjes zich kunnen veschuilen. Ook de miniscule vislarfjes houden er zich de eerste dagen in schuil en vinden er blijkbaar een ganse schare microörganismen in, waarmee zij zich kunnen voeden.
De watertemperatuur is ook uitermate belangrijk. Vele van onze zalmen zijn echte woudbewoners. Ze leven in koele, overschaduwde bijrivieren van grote stromen. Zoals reeds eerder gezegd legt de neon het best af bij een temperatuur van 22°C wat verwonderlijk is want een dergelijke temperatuur komt in zijn natuurlijk biotoop niet voor.
Ik heb eens met een koppel neons gekweekt op een temperatuur van 30°C en ik had juist geteld 13 jongen. Vooraleer zijn dieren apart te zetten voor de kweek moet de aspirant-kweker nagaan in welk gebied de beestjes leven. Hij zal waarschijnlijk voor een paar verrassingen komen te staan.
De uit het Peruviaanse deel van het Amazonegebied stammende Hyphessobrycon scholzei is op het eerste gezicht een visje dat voortkomt in zuur en zacht water. Niets is minder waar, want hij leeft in witwatergebieden met een licht alkalische pH en is gemakkelijk na te kweken in middelhard leidingwater. De kolibrizalm (Poecilocharax weitzmani) daarentegen is een bewoner van zwartwaterbeken in het Rio Negrobekken en leeft in water met een pH van 4.
 
Exacte gegevens over de biotopen van de zalmen zijn eerder schaars.
 
Spijtig genoeg zijn exacte gegevens over de vindplaatsen van zalmen eerder een rariteit. Waardevolle informatie vindt men in werken van Geisler (1994), Weitzman (1996) en Goulding (1988). 
Over de belangrijkheid van het licht is ook al veel gespeculeerd. Boven mijn kweekbakken brandt er geen licht, alleen al om energie uit te sparen en niet omdat het licht enige invloed zou hebben op de kweek. Ik heb nog niet kunnen vaststellen dat sterk licht een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van de zalmeitjes. Nu is het wel zo dat de meeste zalmen diffuus licht verkiezen boven fel licht. Het is natuurlijk zo dat ook hier uitzonderingen weeral de regel bevestigen.
 
Ook tussen de zalmen bestaan er soorten die broedzorg vertonen .
 
Enkele jaren geleden maakten twee zalmsoorten furore omdat ze zich op een beproefde cichlidenmanier in grote aquaria op leidingswater lieten nakweken. De mannetjes verdedigden hun territorium met de daarin afgezette eitjes met hand en tand.
Stallknecht bericht in 1993 over een geslaagde nakweek van Rhoadsia altipinna, nogal potige kereltjes, waarvan het mannetje een lengte bereikt van 15cm en die dus best in een groot aquarium worden gehouden.
Mijn maximaal 10cm groot wordende Nematocharax venustus zijn veel minder agressief. Ik hield geruime tijd 3 mannetjes in een goed ingericht aquarium van 1m. Ook deze vissen bakenen een territorium af waarin ze geduldig wachten op de komst van een vrouwtje dat bereid is met de heer des huizes te paren. Bij deze zalmen kan men de diverse stadia van de boeiende voortplanting goed opvolgen en ontdekt men enorm veel parallellen met het voortplantingsgedrag van cichliden. Men herkent duidelijk het onderwerpingsritueel, het sussend ritueel, het frontaal en lateraal dreigen en zo verder.
De jongen worden tot een lengte van 1cm in het territorium getolereerd en vergrijpen zich ook niet aan hun kleinere lotgenoten.
Rhoadsia en Nematocharax zijn weliswaar in zekere mate uitzonderingen, maar toch verdedigen veel Characiden-mannetjes, ten minste voor een korte periode, een territorium waarin ze op wijfjes wachten, die tot paren bereid zijn.
Wie het liever kleiner en minder stormachtig wil aanpakken kan ik de eveneens broedzorg vertonende prachtzalmen van de onderfamilie Crenuchinea aanbevelen. De twee tot nu toe bekend geraakte soorten zijn broedverzorgend, waarbij de mannetjes in nauwe holen met vaak meerdere vrouwtjes paren en het legsel tot bij het uitkomen van de jongen bewaken.
Crenuchus spilurus wordt ongeveer 10 cm groot en niet alle kleurvariëteiten zijn even mooi. Freyhof (1988) bericht zeer uitgebreid over de kweek met deze prachtzalmen. Bij Suttner van zijn kant kan men het één en het ander opsteken over de kweek met de kolibrizalm (Poecilocharax weitzmani), een prachtige kleinblijvende soort.
Om een geslaagd kweekresultaat te bekomen zijn alleszins pH waarden onder de 5 noodzakelijk. Beide soorten stammen uit zwart water en bewonen dezelfde biotopen als de rode neon. In minder zuur water zullen de visjes weliswaar afzetten, maar de vislarfjes zullen zich na het uitkomen niet verder ontwikkelen en zullen nauwelijks voedsel tot zich nemen.
Voor het kweken van de kolibrizalm volstaat voor 1 mannetje en 2 tot 3 vrouwtjes een bakje van 30 liter. Op de bodem komt turf en ook enkele PVC buisjes, waarin de visjes afzetten. In het bakje mag er geen te sterke waterbeweging veroorzaakt worden. Zo een bestendig kweekbakje kan wekelijks verschillende legsels opleveren. Wil men de jongen gericht opfokken en wil men ze optimaal voederen dan moet men de buisjes met de eitjes na ieder legsel wegnemen en ze in aparte bakjes laten uitkomen. Bovendien is de kans zeer groot dat de jongen door de ouderdieren worden opgepeuzeld.
 
Voor vele soorten is de  continue kweekmethode uiterst geschikt.
 
Dat het kweken met zalmen uiterst arbeidsintensief zou zijn, is hoegenaamd niet juist. Vele soorten laten zich gemakkelijk in een continu-kweekbakje nakweken. Voor zeer kleine soorten zoals Nannostomus anduzei of dwerpijlzalmen, Odontocharacidium aphanes, kan ik mij trouwens geen andere kweekmethode voorstellen. Bij herhaaldelijk vangen worden deze visjes uitermate gestresseerd. Daarom is het beter deze sierlijke diertjes onder te brengen in een 10 liter bakje waarin een dot javamos  (Vescularia dubyana) gedeponeerd wordt en waarin de bodembedekking bestaat uit een handvol afgevallen bladeren.
Het aanzuren gebeurt door elzentopjes of door turf. Op deze wijze lukt het vrij aardig om een klein aantal jongen na te kweken.
Een geraffineerde en zeer efficiënte methode om te kweken in een permanente kweekbak bestaat er in, gebruik te maken van een aquarium met overloopsysteem.
Daartoe kleef ik in een 50 à 60cm lang bakje in de lengte een tussenschot dat 5cm lager is dan de  voor- en achterruit. Ik kleef het op 10cm  van de achterruit. Tot aan de dekruit kleef ik met silliconenlijm een L-vormige plastic strip die ik voordien met een breedbladig zaagblad kamvormig heb ingezaagd. In het achterste gedeelte van de bak komt een kleine door lucht aangedreven sponsfilter waarvan de uitstroombuis, door een opening in de plastic lijst, zo ver mogelijk in het voorste gedeelte doorloopt. Door het aanzetten van het filter wordt het oppervlaktewater door de kamtanden gezogen. Groot zweefvuil, alsook de ouderdieren blijven in het voorste kompartiment. Jongbroed en microörganismen, die zullen dienen als eerste voer voor het jongbroed, vloeien door de kamtanden heen zodat de jongen vrijelijk in hun achterste kompartiment kunnen opgroeien in een stabiele omgeving.
Alle vissen waarvan de jongen naar de oppervlakte stijgen, zoals regenboogvissen, barbussen, barbelen, en ook verscheidene zalmsoorten kunnen op deze wijze vaak in groten getale en zonder veel poespas nagekweekt worden. Voor wat de zalmsoorten betreft kan ik de diamantzalm (Moenkhausia pittieri) en de roodvin-glaszalm (Prionobrama filigera) vermelden. Men moet wel af en toe de jongen wegvangen om de volgende generatie een levenskans te bieden.
Voor het ogenblik beleef ik heel wat plezier aan een koppel roodoog-keizertetras (Nematobrycon lacortei), dat mij wekelijks in een dergelijk aquarium vergast op een interessant baltsgedrag en een spetterende paringsdans. Het is overbodig om te zeggen dat ook met de keizertetra (Nematobrycon palmeri) in een dergelijk ingericht aquarium kan gekweekt worden. 
De gewone kweek in een aflegbak met aflegrooster is toch nog steeds de door mij meest gebruikte methode. Zo blokkeer ik de afzetbakken slechts voor een korte periode en kan ik op die wijze veel soorten kweken zonder veel bakken nodig te hebben.
Net als vroeger, zal je wel denken, maar dat klopt toch niet helemaal, want het steriliseren en desinfecteren laat ik achterwege. Het volstaat de aflegbak grondig te reinigen en met heet water na te spoelen. Aan één zijde installeer ik een schuimstofmat met luchthevel die dienst doet als filter en die volstaat om de eerste  levensweken door te komen. Zo blijft het water helder en hebben de visbabies tegelijkertijd een graasweide.
Als aflegrooster gebruik ik een folie met gaatjes in buigzaam plastic. Er bestaan zelfs roosters die zich gemakkelijk laten plooien. Ik imiteer graag oplopende oevers omdat de vissen zich dan meer op hun gemak voelen en ik zo beter kan controleren of er ondertussen in het bakje al iets gebeurd is en of er reeds eitjes op  de bodem liggen.
Met deze buigzame folie kan je de hoeken van het kweekbakje zo afschermen dat er geen visje meer onder het aflegrooster kan komen, wat wel een probleem vormt wanneer je stugge metalen roosters gebruikt. Achtervolgde wijfjes kunnen onderduiken in de reeds eerder vernoemde turfplaten. Nu rest er mij nog enkel het benodigde kweekwater in het aquarium te brengen en het een paar dagen te laten staan eer het kweekkoppel er kan ingezet worden.
Geroutineerde paren zet ik gewoonlijk apart op de vooravond van een vrije dag. Zo kan ik mij de volgende morgen om het kweekstel bekommeren. Bij onervaren paren speelt het tijdstip van het voorzichtig overzetten geen rol van betekenis omdat ze toch maar enkele dagen, of zelfs enige weken later tot afzetten zullen overgaan.
Na  ten vroegste 4 of 5 dagen voeder ik de ouderdieren liefst nog met levend voedsel, omdat dit enige dagen in leven blijft en het water niet dadelijk bederft. Na het afleggen vang ik de in het bakje nog rondwriemelende muggenlarven weg met een fijn netje, want vooral witte muggenlarven vergrijpen zich aan het jongbroed.
 
Karel Fondu,
De Siervis Leuven