wie is online

We hebben 4 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Heel lang geleden

Afdrukken E-mail

Lang, heel lang geleden, het was nog in de tijd dat de dieren … Neen, zo lang was het nu ook weer niet, maar toch al uit het begin van de jaren zestig.

De vergaderingen van De Siervis waren toen nog in "’t Schaliëndak", een café op de Kuithoek in de Brusselsestraat. Het grote oude huis is reeds jaren afgebroken en op dezelfde plaats zijn nu twee straten. Rechts de Tessenstraat en links de Fonteinstraat, gescheiden door een strook met boompjes en struiken.

De toenmalige voorzitter, ik denk dat zijn naam Mr Valvekens was, ook een gemoedelijk en behulpzaam man, steeds bereid een beginneling met woord en daad bij te staan (zoals trouwens al zijn opvolgers) nodigde me na een paar vergaderingen uit om thuis zijn visbakken te komen bewonderen.

Veel vissen of soorten planten herinner ik me niet gezien te hebben. Het was vooral, geloof ik, veel Vallisneria die voor- en achteraan in de bak even hoog waren en waartussen men moest zoeken om een paar schuwe vissen te vinden. Wat me toen vooral opviel was het volgende. Langs de muur liep een gasleiding en van daaruit vertrok een rubber darmpje onder de vissenbak, daar stond een klein koperen voetje met een regelkraantje en daarboven een kort, vertikaal buisje waaruit een klein vlammetje brandde dat de metalen bodem verwarmde. Niet te geloven, hé. Ik denk dat de kunst er toen in bestond om juist genoeg gas te geven om het bakje op de gepaste temperatuur te houden. Feitelijk had ik toen al niet zoveel goesting meer om me met zo’n ingewikkelde en gevaarlijke installatie een hele boel zorgen op de hals te halen.

Denk nu vooral niet dat ik hier onze eerste voorzitter zijn bakske aan ‘t afkeuren ben. Die man was toen al wel zo’n 65 jaar; moest hij blijven leven zijn zou hij nu dik boven de 100 zijn. Ik wilde gewoon het verschil laten zien tussen vroeger en nu.

Onze oude voorzitter heeft dan zijn voorzittershamer afgestaan aan een in die tijd nog jong en zeer dynamisch talent dat we allemaal kennen, de Jaak Koopmans. Ge kunt geen clubblaadje openslaan of ge komt hem tegen. Ook daar mocht ik eens naar de visjes gaan kijken. Mijn ogen vielen bijna uit hun kassen. Was dat ne moderne gast zeg! Die had ne groten bak met verlichting en een verwarming met thermostaat. Op de bodem, tussen de planten, lag een klein, vierkant wit steentje dat luchtbelletjes maakte. Op de achtergrond hoorde ik een zacht rustgevend gebrom, dat van een luchtpompje kwam, vandaar de luchtbellen. Dat scheen vroeger nodig te zijn, anders hadden de vissen geen lucht genoeg. En dat hele geval werkte met electriciteit. En planten dat er in die bak stonden! Hele velden crypto’s, en dat waren nog niet van de gemakkelijkste planten. De Jaak had toen ook al een viskot, zoals ze dat in aquariumtermen noemen. Hij kweekte met moelijke visjes in volglazen batterijbakken van bij Tudor. Hoe dat allemaal in zijn werk ging ben ik niet zo direct te weten gekomen. Ik was toen nog maar een groentje en ge weet, eer ge in zo’n groep van specialisten aangenomen wordt moet ge eerst iets bewijzen.

Na het zien van al dat moois was de knoop vlug doorgehakt. Niet meer getwijfeld. De week daarop stond ik bij Peeters op de vismarkt in het ijzermagazijn voor materiaal, en dan maar zagen en lassen en slijpen. Bij gans de familie heb ik op de zolder gezeten voor glas en oude spiegels. De visbakken werden toen nog gemaakt uit een gelast ijzeren geraamte, met als bodem een dikke ijzeren plaat. Voor de zij- en achterruiten gebruikten we meestal oude spiegels uit oma haar kleerkast of lavabo. Van het ogenblik dat het dik genoeg was kon er wel iets bruikbaars van gemaakt worden. De dekruiten lagen na een paar jaar meestal een halve centimeter hoger dan voorzien was, ze werden immers omhooggeduwd door de onmogelijk onder controle te houden roest. Enkele weken later stond er bij mij ook zo’n bakje van 80 x 40 x 45 op vier kale, ijzeren poten.

Ondertussen was de visclub al naar een ander café verhuisd. Eéntje met meer standing. Ze vergaderden toen naast de grote post, boven de gelagzaal van café "’t Poske". Van de Jaak en nog een paar toenmalige leden heb ik wat plantjes gekregen en we waren gestart. Vissen kon ik bestellen en op de volgende vergadering komen afhalen. Dat waren toen voor mij de spannenste momenten van de vergadering. Stel u voor: na weken wachten kwamen de vissen toe in Leuven station, waar iemand van het bestuur ze moest gaan afhalen. In het lokaal werd dan plechtig de grote kartonnen doos geopend en tussen stapels papier -isomo bestond immers nog niet- kwamen dan de plastieken zakjes met vissen te voorschijn.

Als ik mij goed herinner is men daar in ‘t Poske ook begonnen met enkele soorten visjes tijdens de vergadering ten toon te stellen in glazen bakjes die men na de vergadering weer moest wegbergen omdat het lokaal ook nog gebruikt werd door andere verenigingen. We mochten dus nooit "rommel" achterlaten. Dat zal zeker wel de hoofdreden geweest zijn dat De Siervis nog eens verhuisde. Men droomde van een eigen lokaal, met visbakken en visjes die konden blijven staan en niet voortdurend moesten verplaatst worden.

Er was iemand in de club die in de Onze Lieve Vrouwstraat, een zijstraat van de Minderbroedersstraat, een groot herenhuis had dat hij aan studenten verhuurde. Daar werd de garage leeggemaakt en een onmisbare toog geïnstalleerd. Achteraan werd nog een koertje overdekt en langs de zijwanden kwamen rekken met verwarmde visbakken. Er werd wat gepalaberd tussen eigenaar en bestuur en uiteindelijk was het dan zover, dit werd het nieuwe lokaal van De Siervis.

Veel kan ik daar niet meer over vertellen. Ik weet wel dat die gast van dat nieuwe lokaal zich bezig hield met het maken van wijn in het chauffagekot naast de garage. Ik weet ook dat zo’n wijn regelmatig geproefd moest worden, en dat het verdorie straffe toebak was. Ik geloof dat er niet veel wijn op flessen getrokken is, de gistingsflessen waren gewoonlijk leeg eer het zover was.

Meer durf ik niet meer zeggen of ik riskeer moeilijkheden. Wilt ge meer weten, betaal dan eens een paar pinten aan de Jaak of den Tienne Bertens. Wie weet?

Wegens verbouwingen stond mijn visbakje thuis in de weg en langs de Passe Partout kwam het bij een volgende liefhebber terecht, waar het heel waarschijnlijk verder oproestte.

Lou