wie is online

We hebben 12 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Nishikigoi (deel 2)

Afdrukken E-mail

In het artikel van vorige maand gingen we uitvoerig in op de vijverinrichting. Nu je de kans gekregen hebt dit alles, met het nodige zweet te verwezenlijken, gaan we onze kersverse vijver bevolken. Maar nog niet direct...

Opstarten van de vijver

Ervan uitgaande dat U uw vijver hebt uitgegraven zonder al te veel rugklachten, de folie/prefabvijver en de filter geïnstalleerd is, kunt U hem laten vollopen. Aangezien het water uit de kraan te koud is, en nog vol ongewenste gassen zit (luchtbelletjes op de wanden), dient U de vijver gedurende een week met rust te laten. In tussentijd kan het water opwarmen, en kunnen de gassen in de juiste verhoudingen komen. De filter kan natuurlijk al wel opgestart worden. Het water is echter, biologisch gezien, nog "dood". Om dit te verhelpen kunnen we het water enten met bacteriën. Dit kan gebeuren met een preparaat uit de handel, of wat vuil filtermateriaal uit een andere, goed draaiende vijverfilter. Indien U planten gebruikt in de vijver komen de benodigde bacteriën er zo ook in.

Het is wel merkwaardig dat, indien U een preparaat uit de handel gebruikt, men wel op de verpakking vermeldt hoe goed dit produkt is, maar dat men nooit vermeldt dat deze beestjes te eten moeten hebben! In een kale vijver valt er weinig te halen voor onze bacterieculturen. Gooi dus in de vijver of filter iets dat kan rotten: vlokkenvoer, sticks, desnoods wat tafelresten. Overdrijf hiermee echter niet. Een volle emmer bespoedigt de aanwas van bacteriën niet, maar wel die van zweefalgen. Een handjevol voer is voldoende. Evenmin is het nodig om deze bacteriekuur te blijven herhalen. Eenmaal het biologisch evenwicht gevestigd is, blijft dit ook. Is er wat meer voer, zal de bacteriekolonie in uw filter aangroeien, is er dan weer wat minder, zal zij inkrimpen. Voortdurend een nieuwe bus bacteriën kopen, om aan te vullen is weggegooid geld. De extra bacteriën, die U hiermee introduceert, vinden immers onvoldoende voer, en sterven na een tijdje af. De UV-lamp laten we wel tijdens de opstartperiode uit. Na 2 à 3 weken, en indien we geen nitriet meten, kunnen we bijvoorbeeld enkele goudvissen als proef uitzetten. Indien na 14 dagen deze dieren nog steeds gezond zijn en goed eten, kunnen we de eerste koi’s introduceren. Tegelijkertijd zetten we de UV-lamp aan.

Verzorging van de koi’s

Zogauw U met uw koi’s thuis arriveert kunt U 2 dingen doen: U kunt de dieren zonder veel "complimenten" in de vijver kieperen, of U kunt de zak, waarin zij zich bevinden, eerst een half uurtje laten drijven op het water, zodat de temperatuur in de zak zich kan aanpassen aan de temperatuur van het vijverwater. Om de 10 - 15 minuten vermengt U dan wat vijverwater met het water waarin de dieren rondzwemmen, zolang totdat de verhouding minstens 50/50 is. Op die manier zal de schok voor de vissen zo beperkt mogelijk blijven. Bij de eerste methode is het risico op ziekte of dood aanmerkelijk groter.

Desondanks blijft het zaak gedurende de eerste dagen de vissen zeer nauwkeurig in het oog te houden. Het is namelijk zo dat vele koi’s bij de handelaar rondzwemmen in "steriele" bakken. Het water, dat uit de filters komt, wordt intensief bestraald met bacteriedodende UV-stralers, en soms krijgen de dieren zelfs preventief antibiotica! Het resultaat is helaas dat volledige koibestanden zo week worden dat ze een sterk verminderde weerstand hebben tegen ziekteverwekkers. Toen ik in 1997 een 10-tal jonge koi’s aanschafte, en in een beplante, maar met een filter (zonder U.V.) uitgeruste vijver uitzette, werden ze allemaal ziek. Terwijl op hetzelfde ogenblik enkele goudvissen volop kuit aan het afzetten waren. Aan de waterkwaliteit lag dit dus niet, wel aan het feit dat dit een natuurlijke vijver was, met een normale bacterieconcentratie en dus zeker niet steriel te noemen. Uiteindelijk moest er voer met antibiotica verstrekt worden, om de infectie de baas te kunnen. Toch was er een uitval van 20%. Nu, 2 jaar later, zijn de overige koi’s geharde vissen, die probleemloos in een natuurlijke vijver overleven, en toch niets inboeten aan kleurenpracht. Let dus op als U koi’s aanschaft, dat de dieren niet ziek worden na enkele dagen. De symptomen zijn: schommelende en/of schokkerige zwembewegingen, weinig eetlust, en apatisch gedrag, echter zonder zichtbare oorzaak. Het zou wel eens een infectie kunnen zijn, en dan is snel ingrijpen een noodzaak. Zogauw de dieren echter gehard zijn, zijn ze net zo sterk als elke andere vijvervis, en zijn ziekten ronduit zeldzaam te noemen.

De voeding speelt bij het gezond houden van onze vissen een cruciale rol. Slecht of te weinig voer maakt dat de dieren snel zullen vermageren, en dus vatbaar zullen worden voor ziektes. In de handel zijn verschillende koivoeders te koop, die alle voldoen. Kleurbevorderend voer geniet wel de voorkeur: het versterkt de kleurenpracht van de koi’s, en daar is het ons toch om te doen. Een nuttige aanvulling op het menu zijn draadalgen. Probeer deze niet te bestrijden zolang ze niet te fel woekeren, want de koi's zijn er verzot op. Aangezien koi’s karpers zijn, zullen ze de wanden van de vijver, waarop de draadalg groeit, wel afgrazen. Verder is het vooral zaak om zo te voeren, dat alles op is in 5 à 6 minuten en dit 3 à 4 maal per dag, steeds in kleine porties.

Koi’s zijn beroemd om hun "aaibaarheid" bij het voederen, al dient gezegd te worden dat men een goudvis net zo tam krijgt. Laat U verder niet verleiden om voortdurend te voederen. Alle vissen hebben gemeen dat, ook al barsten ze bijna, ze nog komen bedelen om voer. De meeste koi’s sterven eerder van teveel, dan van te weinig voer. Een dagje vasten per week kan dan ook zeker geen kwaad.

Water verversen dient eveneens te gebeuren, en wel 10% per maand in onbeplante vijvers. Aangezien er geen planten zijn, die het nitraat opnemen, dat door onze filter wordt geproduceerd, loopt de concentratie steeds hoger op. Waarden van 800mg/liter of zelfs hoger zijn niet denkbeeldig, en ondanks het feit dat vissen, mits ze langzaamaan hieraan kunnen wennen, er geen hinder van ondervinden, mag men het niet zo ver laten komen. Dus: water verversen! In beplante vijvers, of met een beekloop, is een hoge nitraatwaarde minder mogelijk, mits de planten goed groeien. In dit geval is een 2-jaarlijkse waterwissel van 25% elke maal voldoende, éénmaal in het voorjaar, en éénmaal in de herfst. Dus eigenlijk vlak voor, en vlak na de sterkste groei van de planten.

Tot slot

Indien U op een mooie dag besluit om ook koi’s te gaan houden, hol dan niet meteen naar de winkel, maar probeer bij een hobbyvriend eerst wat advies in te winnen. Bekijk hoe zij hun vijver hebben aangelegd, en ga pas dan over tot aankoop, zo bent U al wat beter geinformeerd en vermijdt U miskopen.

Verder kan ik alleen nog zeggen dat het begin weliswaar een hoop werk is, maar nadien zullen koi’s U ongetwijfeld vele jaren plezier en voldoening schenken!

Willems Marc

De Siervis Leuven