wie is online

We hebben 51 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Slijkspringers (deel 2)

Afdrukken E-mail
In een vorig artikel heb ik jullie al één en ander verteld over het geheimzinnige leven van de slijkspringer. In Aquarium Heute van nov/dec1998 licht Matthias Glaubrecht nog een tipje van de sluier op over deze mysterieuze creaturen. Hij vertelt het volgende:
 
Enkel al door hun uitgesproken amfibische levenswijze zijn slijkspringers ongewone vissen. In de bovenste getijdenzones in de tropen en dan vooral in de mangrovegebieden zijn slijkspringers een veelvuldige en opvallende verschijning in de vissenwereld.

Ze graven loodrechte woongangen die diep in de vaak zuurstof-arme modder doordringen. Enkele soorten slijkspringers leggen hun eieren tegen de "zoldering" van heuse aflegkamers af. Tot voor kort hadden de biologen er het raden naar hoe de dieren zich in hun woonpijpen met voldoende ademlucht konden bevoorraden, want het water in die mijnschachten bevat meestal geen zuurstof. Een eveneens prangende vraag was hoe de in de pijpen afgezette eitjes van genoeg zuurstof werden voorzien. Japanse marinebiologen van de universiteit van Osaka hebben nu het overlevingsgeheim van de slijkspringer doorgrond. Zij ontdekten dat de Perophtalmodon schlosseri, die in de vlakke mangrovekusten van West-Maleisië leeft, zelf heel bedrijvig lucht in zijn diepe holen transporteert en daar opslaat. De schlosseri is met zijn 25cm de grootste slijkspringer van Zuid-Oost Azië. Zijn verticale pijpen die een breedte van 8cm hebben en die meer dan 1 meter diep in het mangroveslijk doordringen, monden uit op meerdere verticale vertakkingen.

Onafhankelijk van de getijden zijn deze bouwwerken met water gevuld. Het was de Japanse vorsers opgevallen dat door het gewicht van een mens die vlakbij de pijpopening stond er luchtbellen uit deze kokers geperst werden. Het zuurstofgehalte in de tunnels varieerde van 0 tot 80% van het zuurstofgehalte in de lucht. Meer dan een halve meter diep zakte het zuurstofgehalte al snel onder de 3%. In de tunnels waar de slijkspringers actief waren  lag het gehalte aan zuurstof steeds het hoogst.

Verdere onderzoekingen wezen uit dat van zodra de slijkspringer aan de oppervlakte kwam hij zijn grote mondholte, de zogenaamde buccupharingeaalholte, met lucht vulde. Hij nam met wijdopengesperde muil een flinke teug lucht en verdween er onmiddellijk mee naar de diepte.
Daar de woonpijpen van de slijkspringers zijdelingse gangen vertonen, vermoeden de onderzoekers dat de vissen de aan de oppervlakte opgenomen lucht in deze zijkamers stockeren. Deze Perophtalmodon schlosseri kan meer dan 30 minuten in zijn bolwerk blijven vooraleer hij opnieuw naar de oppervlakte komt om te ademen. Zolang de vis atmosferische lucht kan opnemen ademt hij via de mond in plaats van zuurstof bij te tanken via zijn kieuwen.

De Japanse onderzoekers zijn er zeker van dat het luchtdepot binnen de leefruimte van de slijkspringer een levensnoodzakelijke aanpassing is, niet alleen om te overleven, maar ook voor de voortplanting in het zuurstofarme mangroveslijk. Want enkel dank zij dit letterlijk "luchtig" broedgedrag kunnen ook de eitjes en de embryo's van de slijkspringer in zijn slijkkastelen overleven.
 
Karel Fondu,
De Siervis Leuven