wie is online

We hebben 44 gasten en geen leden online

Login/Registreren

Polls

Welk type lezing wil je liefst bijwonen

Reisverslagen - 8.3%
Aquariumplanten - 20.8%
Gezelschapsvissen - 33.3%
Cichliden - 33.3%
Vijver - 4.2%

Aantal stemmen: 24
De stemmen voor deze enqute is afgelopen on: mei 10, 2017

Hoplosternum thoracatum

Afdrukken E-mail

Als ik in ons lokaal rondkijk, zie ik vaak rare snuiters. Met die "rare snuiters", doel ik niet op clubleden maar op vissen.

De meest populaire vissen van het moment zijn zeker de meervallen. Bijna maandelijks worden er nieuwe soorten ingevoerd. Het gaat zo snel, dat de wetenschappers niet kunnen volgen in het benoemen van deze nieuwkomers. In afwachting wordt hen botweg een nummer toegekend. Het spreekt vanzelf, dat die nieuw ingevoerde soorten niet goedkoop zijn en er van hun levenswijze en hun biotoop bitter weinig gekend is.

Onder de reeds eerder geïmporteerde soorten zijn er nochtans genoeg, die de meeste liefhebbers nauwelijks kennen. Laatst zag ik, in één van de bakken in het lokaal, zo een stel rare kereltjes zitten. Ze leken het daar best naar hun zin te hebben en lagen, op het eerste gezicht, een beetje te dagdromen. Maar toen ik met een blokje rode muggenlarven kwam aanzetten, was hun interesse direct gewekt en kwamen ze zowaar uit mijn hand eten. Vroeger zou ik visjes, die zo vlot hun natuurlijke schuwheid afleggen, onmiddellijk mee naar huis genomen hebben. Nu kan ik mij bedwingen om dat niet te doen. Ik prent hun naam in mijn geheugen en als ik mijn aquarium eens ombouw, is de kans groot dat er daarin voor hen een plaatsje gereserveerd is.

Als jij op zoek bent naar een lieve meerval, dan is de Hoplosternum voor u de geschikte vis. Hij behoort, net als de Corydoras, tot de familie van de Callichthyidae. Deze zwaar bepantserde meervallen bevolken in tropisch Zuid-Amerika een groot gebied, dat zich uitstrekt over Trinidad, Guyana, Venezuela, Brazilië, Peru en Paraguay. Ze zijn er meestal te vinden in langzaam stromende riviertjes en beekjes, die veelal een modderige bodem hebben.

Dit meervalletje heeft een gestrekt, zijdelings enigszins afgeplat lichaam, dat van staart tot kop vrijwel even hoog is. Zowel de rug als de flanken zijn gepantserd met beenplaten. De rij op de rug is vergroeid met de bovenste rij op de flanken. De beenplaten op de flanken zijn dakpansgewijs gerangschikt en zijn beweeglijk ten opzichte van elkaar. Ook tussen de borstvinnen bevindt zich een bepantsering. De voorste stralen van de rugvin, de vetvin en de borstvinnen zijn verhard tot scherpe stekels.

Zoals je ziet is dit kereltje goed uitgerust om alle gekken, die het in hun hoofd halen om hem aan te vallen, gemakkelijk af te weren. Zijn kleur varieert van grijsbruin tot bruin. Zijn lichaam is helemaal overdekt met donkere stippen. Hij heeft twee paar middellange baarddraden, waarmee hij constant zijn omgeving aftast en zo op de hoogte blijft van wat er zich in zijn onmiddellijke omgeving afspeelt. Met zijn lengte van 18 cm is hij uitermate geschikt, om in het gezelschap van grotere vissen gehouden te worden. Hij is de bravigheid zelve en voelt zich, in gezelschap van enkele soortgenoten, best in zijn sas.

Enkel tijdens de paartijd kan je het geslachtsonderscheid met zekerheid vaststellen. De buik van het vrouwtje staat bol van de eitjes. Het mannetje krijgt een paarlemoerkleurige buik en de uiteinden van zijn borstvinnen kleuren fel oranje, wat mooi contrasteert met zijn bruin gevlekt lichaam..

De thoracatum houdt van een goed beplant aquarium met veel kienhout, waaronder hij zich graag terugtrekt om zich over het leven te bezinnen. Het is een alleseter, die in de natuur trouwens vaak bij menselijke nederzettingen opduikt, waar hij een graantje meepikt van de minder fraaie kanten van de wegwerpmaatschappij. In het aquarium vertoeft hij meestal in de lagere waterlagen. Vermits hij zijn voedsel vooral op de bodem zoekt, mag je natuurlijk geen scherp bodemsubstraat gebruiken. Inzake watersamenstelling is hij niet kieskeurig, maar hij heeft, zeker voor de kweek, een voorliefde voor zacht en niet te hard water. Omdat hij er ook graag warmpjes inzit (28°C), zou je hem, mijn inziens, gemakkelijk kunnen samenhouden met Scalares of Discussen. Net als deze vissen, houdt hij van getemperd licht.

Alhoewel je dat niet direct verwacht, is onze Hoplosternum een schuimnestbouwer. De ruime kweekbak, met lage waterstand, moet dan ook voorzien zijn van planten met grote bladeren, waaronder het mannetje zijn schuimnest bouwt. Snuggere aquarianen leggen gewoon een stuk isomo in hun kweekbak en onze Hoplosternum kleeft er gewillig zijn schuimnest tegenaan.

Van zodra de eitjes afgezet zijn, moet het vrouwtje onmiddellijk verwijderd worden. Het mannetje bewaakt een poos de eitjes. Van zodra de jongen rondzwemmen, haal je vaderlief ook weg. De eerste dagen kan je het jongbroed voederen met liquifry of stofvoer. Daarna schakel je over op artemia naupliën en later op watervlooien.

Misschien zal jij, na het lezen van dit artikel, deze schattige meervalletjes mee naar huis nemen. Mochten we mekaar in het lokaal eens tegen het lijf lopen, moet je mij eens vertellen of ik teveel gezegd heb, als ik beweer dat het toffe vissen zijn.

Karel Fondu,

KAV De Siervis Leuven